Sign up with your email address to be the first to know about new products, VIP offers, blog features & more.

Bildung en persoonsvorming in het onderwijs

door Joep Dohmen

Anno 2017 is Bildung is hot. De afgelopen jaren duiken ineens allerlei rapporten en artikelen op waarin gepleit wordt voor Bildung. Op vrijwel alle schooltypes, van primair tot en met universitair onderwijs, wordt vandaag de dag gepleit voor meer Bildung. In Amsterdam is een Bildung Academie opgericht en sinds twee jaar bestaat er zelfs een heuse Bildung-kalender. Opvallend is dat het begrip ‘Bildung’ zelf intussen nogal vaag blijft. Binnenkort richt ook de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF) een kenniscentrum voor Bildung op. Hieronder volgt een toelichting op het Bildungsbegrip en een korte oriëntatie op een mogelijk onderzoeksprogramma.

Het zal niemand kunnen ontgaan dat Bildung een Duitstalig woord is. In Bildung zit het woord Bild, dat verwijst naar het beeld of model op grond waarvan de mens zichzelf ontwikkelt of vormgeeft. Ongeveer zoals een beeldend kunstenaar een beeld maakt op grond van een eigen ontwerp. Sinds het18e-eeuwse Verlichtingshumanisme – van Kant tot en met Nietzsche – is Bildung het kernbegrip van de Duitse pedagogie. Dit Bildungshumanisme verschilt fundamenteel van de traditionele pedagogische vormingsidealen, zowel van de klassieke Oudheid als van de christelijke vormingsleer. Laat ik dit verschil kort toelichten.

 

Maatstaf van buitenaf

De klassieke Oudheid kende het begrip paideia, als aanduiding van een reeks pedagogische modellen voor een goed leven. Vanaf de vierde eeuw voor Christus ontstond in Griekenland een aantal filosofische scholen met een eigen vormingsprogramma: de Academie van Plato, het Lyceum van Aristoteles, de Tuin van Epicurus en de Stoa van de stoïcijnen. Filosofie was oorspronkelijk eerst en vooral praktische filosofie: vormingsleer. De grote klassieke denkers ontwikkelden hun eigen vormingsideaal met een eigen methodiek. Plato bepleitte de oriëntatie van de ziel op het Goede. Aristoteles propageerde karaktervorming door middel van deugden, zoals prudentie, matigheid, moed en rechtvaardigheid. Epicurus liet zien hoe je geluk en gemoedsrust kunt bereiken door verstandig om te gaan met je verlangens. De Stoïcijnen stonden voor autonomie: focussen je op wat in je macht ligt en onthechten je van waar je geen macht over hebt.

Kenmerkend voor al deze vormingsscholen is dat de maatstaf voor de vorming van de mens niet in handen van de mens zelf ligt. Die maatstaf wordt als het ware ‘van buitenaf’ door de natuur of door iets bovennatuurlijks aangereikt. De klassieke maat voor een goed leven is transcendent.

 

De klassieke maat voor een goed leven is transcendent.

Het idee van vorming volgens een transcendente maat geldt ook, zij het op een heel andere manier, voor de christelijke vormingsleer. De mens is zondig en zwak. “Bouw jezelf en je vormt een ruïne,” waarschuwde de kerkvader Augustinus. Ascese, afstand doen van de eigen wil en overgave zijn de christelijke vormingstaken waarvoor de monniken in de middeleeuwse kloosters zich gesteld zagen. Rond 1300 leerde de mysticus Meester Eckhardt dat mens en God een oorspronkelijke eenheid vormen. De taak van de mens is dan om zich op ontvankelijke wijze te vormen naar het beeld van God: imago Dei (in het Duits: nach dem Bilde Gottes). De Middelhoogduitse woorden in deze context zijn bilidari en bildunga, waarin we de stam van het woord ‘Bildung’ herkennen. Bildung betekende dus oorspronkelijk ‘vormen naar een voorbeeld’ en in de christelijke pedagogie is dat het beeld van God. Bij Eckhardt was Bildung een theocentrisch project.

 

Heel de mens

Sinds het begin van de 17e eeuw en de overgang naar de moderniteit wordt gaandeweg de premoderne opvatting verlaten dat de mens geschapen is naar het beeld van God, of dat hij moet leven in overeenstemming met de natuur. De kosmos, de natuur of God staan niet langer model voor de ontwikkeling van de mens. Meer en meer komt de mens zelf centraal te staan. Humanisme betekent dat de mens zelf in een actief kennisproces orde schept in het universum, in de samenleving en ook in zijn eigen leven. Sinds de Verlichting wordt elk mens geacht autonoom zijn eigen vormgeving op zich nemen. Sinds de Romantiek komt daar de notie van ‘verschil’ bij: ieder mens is uniek en moet op waarachtige, authentieke wijze zijn eigen vorm proberen te vinden. Elk mens is vervolmaakbaar, niet naar een transcendente maat, maar door zijn eigen rede, gevoel en wil.

Geïnspireerd door Immanuel Kant ontwikkelt Wilhelm von Humboldt, grondlegger van het Bildungsideaal, een moderne ‘Theorie der Bildung’ (1793). Von Humboldt is een humanist die gelooft in ‘heel de mens’: in de eenheid van lichaam en geest, hart en verstand, cultuur en natuur. Bildung betekende voor hem ‘de autonome ontplooiing van de natuurlijke talenten van het individu’. Als doel van Bildung zag hij de ontplooiing tot humaniteit op universele grondslag, waarbij hij hoopte dat eigenbelang en algemeen belang uiteindelijk zouden samenvallen. In aansluiting hierop pleit Nietzsche voor de ontwikkeling van jonge mensen tot ‘vrije geesten’, die hun eigen rangorde van waarden ontwikkelen.  

 

Begeleide zelfzorg

Over één ding zijn de Duitse Bildungsdenkers het, ondanks alle onderlinge verschillen, hartgrondig eens: zonder Bildung als brede zelfvorming – door motivatie en oefening, zowel cognitief als empathisch – wordt een mens datgene wat natuur en cultuur van hem maken. Moderne Bildung is dus van oorsprong een emancipatiebeweging, gericht tegen zowel zinloos weten en zinloos handelen, als tegen autoritaire vormen van disciplinering.

 

Wie niet zichzelf vormt, wordt gevormd.

 

Moderne Bildung betekent persoonsvorming: ontwikkeling van jezelf door jezelf. Niemand wordt vanzelf mens. Bildung verwijst naar welbewuste vorming van je 

eigen persoonlijkheid door jezelf. Onbewuste vorming is geen vorming maar beïnvloeding en invloeden bestaan er in vele soorten en maten. Maar beïnvloeding is geen Bildung, want daarbij gaat het nu juist om een bewuste omgang met invloeden van buitenaf. Wie niet zichzelf vormt, wordt gevormd. Als het om jonge mensen gaat, verwijst Bildung naar ‘begeleide zelfzorg’. In een recent essay heeft de Duitse filosoof Peter Bieri de betekenis van Bildung heel treffend als volgt omschreven:

“Bildung – het proces van ontwikkeling, beschaving, vorming – is iets wat mensen met elkaar en voor zichzelf doen: je ontwikkelt jezelf. Andere mensen kunnen ons omvormen of omscholen, maar onszelf vormen of scholen kunnen we alleen zelf. Als we ons ontwikkelen, dan werken we eraan dat we iets worden – we streven ernaar om op een bepaalde manier in de wereld te zijn.”

 

 

 

Agenda Kenniscentrum

Voor het Kenniscentrum Bildung en Persoonsvorming zie ik vooralsnog twee belangrijke agendapunten.

  1. Het lijkt mij zinnig om allereerst de filosofische expertise rondom Bildung uit te bouwen door het concept ‘actuele Bildung’ te verhelderen. Ons Onderwijst 2032 pleit voor meer persoonsvorming maar blijft daarover in het vage. Welke opvatting(en) en praktijken van identiteitsvorming worden vanuit het Kenniscentrum aangeboden? Hoe zit het intussen met de spanning tussen vrijheid en disciplinering? Welke speelruimte hebben jonge mensen eigenlijk vandaag, zowel persoonlijk als maatschappelijk? Welke leerprocessen zijn er bij persoonlijke ontwikkeling betrokken en hoe worden die gestimuleerd? Als Bildung ook morele vorming is, hoe ziet het Kenniscentrum dan de verhouding tussen persoonsvorming en socialisatie of burgerschap?
  2. Ten tweede moet aansluiting worden onderzocht bij de onderwijswereld en het debat over Ons Onderwijs 2032. Hoe sluit de filosofische expertise van het Kenniscentrum aan bij het gangbare onderwijs? Het is uiteraard niet de bedoeling dat de filosofen van het Kenniscentrum gaan voorschrijven hoe het jonge mensen gevormd moeten worden. Maar ervan uitgaande dat Bildung een anti-paternalistisch proces van ‘begeleide zelfvorming’ is, moet het Kenniscentrum wel een verhaal hebben over de aard en de richting van die begeleiding. Moet Bildung een apart vak worden of liever een dragende grond voor de hele school? Misschien liggen de grootste kansen wel bij het samenwerken met de lerarenopleidingen, want daar is de hunkering naar praktische filosofie het grootst.