Sign up with your email address to be the first to know about new products, VIP offers, blog features & more.

Het vluchtelingenwonder

door Hannah Achterbosch

Ik sta middenin een vluchtelingenkamp in Athene. Een stoffige, vieze vlakte met in keurige rijen opgestelde zeecontainers. Een groot hek eromheen. Ondanks de verhalen en beelden van de vluchtelingencrisis stelde ik me Athene nog steeds voor als het trotse huis van de grote filosofische denkers. De stad die het fysieke fundament vormt van in ieder geval de Europese wijsheid, van politieke wijsheid in het bijzonder. Nu Athene noodgedwongen onderdak biedt aan duizenden vluchtelingen, lijkt de stad meer op het centrum van politiek onvermogen. Is het fundament van de Europese wijsheid onder onze voeten weggezakt?

‘Verwondering is het begin van alle wijsheid’, mijmerde Aristoteles ergens tussen 355 en 335 jaar voor Christus, misschien wel toen hij langs de Akropolis liep. Hij studeerde in die tijd aan de Academie van Plato, op dezelfde grond waar Socrates eerder door de straten struinde en de Atheners met vragen bestookte. Het is op deze plek dat Aristoteles een van de belangrijkste fundamenten legde voor de filosofie zoals wij die nu nog steeds kennen. In de straten en de pleinen van Athene zag hij de Atheners zich verwonderen over de verwarrende dingen die zich voor hun neus afspeelden. Er gebeurden allerlei dingen die ze niet konden verklaren of begrijpen, en dat motiveerde hen om op zoek te gaan naar begrip, naar wijsheid. Juist omdat de Atheners zich oprecht verwonderden, waren ze in staat om vooroordelen en vanzelfsprekendheden te expliciteren en écht na te denken. In Athene werd aldus de basis gelegd voor het denken zelf, en daarmee voor de wijsheid.

 

De wijsheid lijkt ver te zoeken als je in Athene een vluchtelingenkamp betreedt.

Genummerde zeecontainers

Die wijsheid lijkt ver te ze zoeken, als je in datzelfde Athene een paar eeuwen later een vluchtelingenkamp betreedt. Kamp Eleonas bevindt zich op een rommelig industrieterrein, waar blaffende honden en ondervoede katten je achterna lopen op onverharde en onverlichte wegen. Het kamp zelf bestaat uit drie delen, waar onlogisch genummerde zeecontainers in rijen staan opgesteld. In deze containers worden ongeveer 1500 mensen gehuisvest. Het zijn dezelfde zeecontainers die in Nederland worden omgebouwd tot goed bewoonbare studentenwoningen. In dit kamp worden ze voorzien van toilet, douche, wastafel, onaangename tl-verlichting en stapelbedden. In één container wonen acht vluchtelingen, wat wil zeggen: acht single mannen (die elkaar niet per se kennen), twee kleine gezinnen of één groot gezin. Sommige mensen blijven maar drie maanden in zo’n kamp, omdat ze asiel krijgen in een van de andere Europese landen. Of omdat ze worden teruggestuurd. Sommigen blijven wel drie jaar.

 

Betere maaltijden

De politieke organisatie in het kamp laat aan wijsheid veel te wensen over. Deze organisatie ligt hoofdzakelijk in handen van de Griekse overheid. Het Griekse leger houdt toezicht, maar in de praktijk besteedt het de taken waarmee het belast is grotendeels uit aan non-gouvernementele organisaties. Deze ngo’s zijn er in alle soorten, maten en nationaliteiten. Zo heb je de United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR), the Danish Refugee Council (DRC), organisaties van maatschappelijk werkers, tandartsen, andersoortige medische hulpverleners en kleinere humanitaire projectorganisaties. Wat deze organisaties met elkaar gemeen hebben, is dat ze allemaal het menslievende doel hebben om het welzijn van de bewoners van het kamp te garanderen, maar weinig financiële middelen hebben en dus afhankelijk zijn van vrijwilligers, donoren en de overheid, waardoor het onmogelijk lijkt die garantie ook echt te kunnen geven.

 

Als ik aankom in kamp Eleonas, word ik meteen met een gebrek aan wijsheid geconfronteerd. Terwijl zich een discussie over de voedseldistributie ontspint, lijken de verschillende ngo’s elkaar ronduit tegen te werken. Een van de ngo’s heeft geld over dat snel besteed moet worden, anders zijn ze verplicht het geld terug te geven aan hun donor. Ze bieden het Griekse ministerie aan om voor drie weken te investeren in betere maaltijden, die de ngo zelf zal gaat uitdelen. Dit betekent echter wel dat na drie weken hoe dan ook moet worden teruggevallen op de minder goede maaltijden van de Griekse overheid. Die minder goede maaltijden worden normaliter uitgedeeld door een van de andere ngo’s. Er ontstaat een discussie over duurzaamheid, organisatie, politiek en voedselkwaliteit, die uiteindelijk niet tot een wijze oplossing leidt, maar wel tot onvrede tussen de verschillende organisaties onderling, inclusief de Griekse overheid en de bewoners van het kamp.

 

Kindervoetje

Maar hoe dan anders? Aristoteles beschreef hoe de Atheners in verwarring werden gebracht door onbegrijpelijke ervaringen en daarom op zoek gingen naar wijsheid. Als je nu voet zet in een vluchtelingenkamp in Athene, word je met een hele reeks aan onbegrijpelijke ervaringen geconfronteerd. Deze ervaringen beperken zich niet tot het kamp zelf. Ook buiten het kamp houden vele ngo’s zich bezig met de opvang van vluchtelingen, terwijl er in Athene honderden mensen op straat slapen als gevolg van een eerdere economische crisis. Het probleem lijkt zo onbegrijpelijk groot, dat er misschien wel geen wijsheid voor bestaat.

 

Ineens sprongen de tranen in mijn ogen en kon ik niet meer stoppen met huilen.

 

Ook ik zag mijzelf geconfronteerd met situaties waar ik niets van begreep. De eerste dag stond ik gespannen te wachten voor het grote hek bij de ingang van het kamp. Ik werd niet binnengelaten, want ik stond niet op de lijst met vrijwilligers. Terwijl ik wachtte, keek ik opzij en zag dat er twee gescheurde tenten voor de ingang stonden. Ik zag een kindervoetje uit de tentingang steken. Een man zat voor de tent te roken, terwijl een vrouw druk tegen hem sprak. Ik registreerde wat ik zag, toen ik opeens werd geroepen door een norse beveiliger. Ik voelde me opgelucht, want ik mocht naar binnen.

 

Kapotte tenten

Drie dagen lang zag ik voortdurend die twee tenten, zonder dat ik enig kreeg van wat ze daar deden. Die tenten stonden er gewoon en hoorden bij het kamp. Zo leken de mensen om mij heen er ook over te denken. Na drie dagen sprak ik een vrijwilliger van een andere organisatie, die al een paar jaar in Griekenland voor verschillende ngo’s had gewerkt. Hij vertelde me dat hij was gestopt met werken voor de kampen, omdat hij het niet kon aanzien dat er mensen voor de kampen in kapotte tenten sliepen en dat hij deze mensen niet mocht helpen. Die mensen verbleven daar, zo vertelde hij, omdat ze niet de juiste procedure hadden gevolgd bij de asielaanvraag. Daarom kregen ze geen toegang tot het kamp. Ze hadden hun tent voor het kamp opgeslagen, in de hoop dat ze – buiten de regels om – toch wat eten en kleren konden krijgen, en misschien op den duur in het kamp gehuisvest zouden worden. Hoe die asielprocedure precies hoorde te verlopen en of deze mensen uiteindelijk in het kamp gehuisvest zouden worden, wist deze vrijwilliger ook niet.

 

Subwoofer

Na een paar dagen kon ik het kamp niet inlopen zonder dat er kinderen blij op mij af kwamen rennen, terwijl de tieners en volwassen me warm begroetten met salam habibi of salam azizam. Andere vrijwilligers en coördinatoren lieten altijd merken dat ze het waardeerden dat je er weer was. Ik had verwacht in het kamp mensen aan te treffen bij wie je continu het verdriet van hun gezicht af kon lezen, en die na het grote trauma van hun vlucht weinig liefde hadden te geven. Maar niets was minder waar. In de paar weken die ik in het kamp heb doorgebracht, heb ik nooit zoveel mensen plezier met elkaar zien hebben. We knuffelden wat af, we maakten vlechten in elkaars haar, renden achter elkaar aan, maakten gemene grappen om het vervolgens goed te maken met een kopje thee met heel veel suiker, een sigaret of zelfs een avondmaaltijd. Ja, er waren veel verdrietige situaties en verhalen. Ook verveelden veel mensen zich verschrikkelijk. Toch voerde het verdriet niet de boventoon. Hoeveel tranen er die dag ook vergoten waren, bijna elke avond sloot er wel iemand zijn telefoon aan op de enige subwoofer die er was en dansten we. Dat die vluchtelingen zoveel plezier konden beleven aan kleine dingen, misschien wel veel meer dan mijn vrienden en collega’s thuis, daar begreep ik helemaal niets van.

 

Bewegende baby

Dat ik overvallen werd door emoties en verdriet, kwam voor mij op een onverwacht moment. Ik was thee aan het drinken met een familie en we waren verwikkeld in een verdrietig gesprek over Palestina, toen de moeder van het gezin ineens mijn hand vastpakte en op haar buik legde. “Voel”, zei ze. Ik voelde de baby in haar buik zachtjes schoppen en draaien. Ineens sprongen de tranen in mijn ogen en kon ik niet meer stoppen met huilen. Hoe kon ik hier nou om huilen? Er gebeurden zo veel aangrijpende en onbegrijpelijke dingen om mij heen en ik werd emotioneel van een zwangerschap. Misschien was het omdat ik niet begreep dat mensen die vluchten en die zoveel naars hebben meegemaakt, nog een kind op deze wereld willen zetten. Dat ze dat fysiek nog aan kunnen, laat staan nog zin hebben in seks. Of misschien was het omdat ik een nieuw leven voelde, terwijl ik uitgeput was van het harde werken. Wat het ook was, voor mij was die bewegende baby in die buik een wonder. Met tranen in mijn ogen had ik voor het eerst een zeer Grieks-filosofische gedachte: het enige wat ik hier weet, is dat ik niets weet. En ik besefte ook: ik ben niet de enige die weet dat hij niets weet.

 

Het enige wat ik hier weet, is dat ik niets weet.

 

Weten

Is het een probleem dat we niets weten? Nee, het probleem is dat we onszelf voorhouden dat we veel weten. Voordat ik naar het kamp ging, dacht ik ongeveer wel te weten wat ik aan zou treffen. Ik dacht te weten hoe de kampen er uit zouden zien, wie er ongeveer zouden wonen en welke verhalen ik te horen zou krijgen. Maar dat was het allemaal niet. Ik ben niet de enige die zich vergist. Iedereen denkt iets te weten over de vluchtelingencrisis, want we hebben cijfers over wie, hoeveel en wanneer. We hebben experts die ons vertellen over het wat, hoe en waarom. De mensen die niet zoveel weten, denken in ieder geval íets te weten en vatten dat in woorden als ‘heftig’, ‘verschrikkelijk’ en ‘problematisch’.

 

Wonder

We spreken over een ‘crisis’ en suggereren daarmee dat we begrijpen waarom zoveel mensen voor gevaar van eigen leven de oversteek naar Europa maken. Om vervolgens in een vluchtelingenkamp (of erger: in een gescheurde tent) ondergebracht te worden. Met het woord ‘crisis’ geven we ook een oordeel. Het is blijkbaar erg dat er zoveel vluchtelingen naar Europa toe komen. Maar wat is ‘veel’? Hoe weten we wanneer het aantal vluchtelingen ‘veel’ is? En waarom spreken we eigenlijk van een ‘crisis’? Is het niet eerder een wonder dat zoveel mensen voor gevaar voor eigen leven huis en haard verlaten, zonder te weten of hun situatie binnen een bepaalde termijn verbetert? En is het niet een groter wonder dat die mensen nog lachen, liefhebben en zelfs kinderen willen krijgen? Het is een vluchtelingenwonder. Een onbegrijpelijk, menselijk vluchtelingenwonder, dat het verdient om ons over te verwonderen.

 

Niet het feit dat vluchtelingen via Athene Europa binnenkomen, is de crisis, maar ons gebrek aan verwondering daarover. We zijn vergeten ons te verwonderen. Dat is de echte crisis. We zijn bezig antwoorden te formuleren op een probleem (een ‘crisis’), terwijl we niet weten wat het probleem precies is. We lijken maar niet wijs te worden over het vluchtelingenvraagstuk. Dat kan ook niet volgens Aristoteles, want als we niet meer denken, wordt ook ons handelen stuurloos.

 

Phronèsis

Voor onze neus, in Athene, spelen zich onbegrijpelijke dingen af. Duizenden mensen vluchten en vinden hun eerste Europese thuis in Athene. Dit vluchtelingenwonder verdient het om ons over te verwonderen, om écht over na te denken. De fundamenten van onze wijsheid staan nog recht overeind. Want zelfs in de chaos van Athene, rijst de geschiedenis van het denken nog steeds boven de stad uit. De Akropolis is net als in het Aristotelische tijdperk in opbouw, maar waakt desalniettemin over ons. Pas als wij ons in het midden van de onbegrijpelijkheid van het vluchtelingenvraagstuk durven te begeven en ons opnieuw durven te verwonderen, kunnen we proberen al denkend ons handelen te sturen in de richting van praktische wijsheid: phronèsis.

 

[ Dit artikel verscheen in Phronèsis Nummer 3 Januari 2018 ]