Sign up with your email address to be the first to know about new products, VIP offers, blog features & more.

Klimaatverandering en zingeving

door Marc Davidson

Waarom zouden we ons zorgen maken om klimaatverandering? Omdat wij dat aan toekomstige generaties verplicht zijn? Dat blijkt filosofisch verrassend moeilijk te funderen. Gelukkig zijn er zinvollere redenen om ons om de toekomst te bekommeren. Activiteiten die ons leven betekenis geven, veronderstellen meestal dat die ook na onze betrokkenheid kunnen worden voortgezet. Klimaatverandering moeten wij daarom tegengaan, om een open toekomst te behouden.

Waarom zouden we ons zorgen maken om toekomstige generaties? Als er één maatschappelijk probleem is waarvoor die vraag bij uitstek relevant is, dan is dat klimaatverandering. Sinds de industriële revolutie verbrandt de mensheid zoveel fossiele brandstoffen dat zij daarmee de warmtehuishouding van de aarde verandert. De kooldioxide die bij verbranding vrijkomt, werkt als een deken, die de warmte van de aarde beter vasthoudt, waardoor de gemiddelde temperatuur stijgt.

 

Hittegolven

Dit proces is al bekend sinds de Zweedse natuur- en scheikundige Svante Arrhenius daarover in 1896 publiceerde. De afgelopen decennia wordt echter steeds duidelijker hoe gevaarlijk die opwarming is: stijging van de zeespiegel door uitzetting van het zeewater bedreigt een groot gedeelte van de wereldbevolking dat langs de kust woont, droogte bedreigt de voedselvoorziening en hittegolven bedreigen direct de gezondheid van mens en andere soorten. Daarbij komt dat de meeste wetenschappers het erover eens zijn dat wij nu al de nadelige effecten van klimaatverandering ondervinden, effecten die de komende decennia alleen maar in ernst zullen toenemen.

 

Hogere dijken

Op het eerste gezicht ligt het daarom voor de hand om te proberen de klimaatverandering die wij tijdens ons leven zullen gaan ervaren, te verminderen. Maar dat zal helaas niet gaan. Er zit namelijk een vertraging van vele decennia in het klimaatsysteem, met name door de lange tijd die het kost voor de oceanen om op te warmen. De klimaatverandering die wij nu al ervaren, komt daardoor niet door onze eigen autoritten en vliegreizen, maar door het handelen van onze voorouders. En als wij nu onze emissies sterk verminderen, zullen wij zelf daarvan nauwelijks de vruchten plukken, maar mensen die na ons zullen leven. Bekommerden wij ons enkel om ons eigen leven, dan zou het dus verstandiger zijn te stoppen met geld en andere middelen te stoppen in het voorkomen van klimaatverandering, maar juist in te zetten op aanpassing: geen windmolens voor de kust, maar hogere dijken. Proberen de temperatuurstijging tot twee graden Celsius te beperken, zoals in 2015 door de wereldgemeenschap in Parijs afgesproken, doen we met name voor toekomstige generaties.

 

Er zit een vertraging van vele decennia in het klimaatsysteem.

Andere mensen

Maar waarom? Een gangbare gedachte is dat zij daarop recht hebben. Landen hebben er immers ook recht op dat zij niet worden geschaad door de milieuvervuilende emissies van hun buurlanden. Waarom zouden toekomstige generaties dan geen recht hebben om niet te worden geschaad door de milieuvervuilende emissies van hun ‘buurgeneraties’? Inmiddels worden zelfs rechtszaken namens toekomstige generaties gevoerd om overheden te bewegen meer vaart achter het klimaatbeleid te zetten. Zie bijvoorbeeld de rechtszaak aangespannen door stichting Urgenda tegen de Nederlandse overheid.

Maar filosofisch ligt dat verrassend ingewikkeld. Een sterke morele intuïtie is immers dat wij mensen alleen schaden als zij door onze handeling slechter af zijn dan zonder onze handeling. De Britse filosoof Derek Parfit argumenteert dat wij toekomstige generaties dan niet kunnen schaden. Want onze huidige handelingen bepalen immers niet alleen de omstandigheden waarin toekomstige generaties zullen leven, maar ook wie in de toekomst zullen leven. Als wij nu sterk op duurzame energie inzetten, zullen in de toekomst andere mensen leven dan als wij dat niet doen. Andere mensen zullen elkaar ontmoeten en kinderen verwekken. En zelfs als dezelfde mensen kinderen verwekken, zullen zij dat op een net wat ander tijdstip doen. Hierdoor zullen ook andere kinderen worden geboren. Parfit vraagt zich retorisch af: ‘Wie van ons kan werkelijk claimen dat ook als de trein nooit was uitgevonden, hij toch had bestaan?’ Maar als door onze beleidskeuzen andere mensen de toekomst zullen bevolken, dan kan niemand door die beleidskeuzen worden geschaad. Want niemand is slechter af dan wanneer een bepaalde keuze niet was gemaakt. Het alternatief is immers niet-bestaan. Bob die in het jaar 2100 leeft met klimaatverandering, is er niet bij gebaat als in plaats van hem Marie leeft met minder klimaatverandering.

 

Zelftranscendentie

Betekent deze puzzel waarover filosofen zich al bijna een halve eeuw het hoofd breken het einde van het klimaatbeleid? Allerminst, want er zijn veel zinvollere redenen om ons om toekomstige generaties te bekommeren. Dit zijn echter redenen die enigszins uit beeld zijn geraakt in onze huidige individualistische samenleving, waarin individuele rechten, autonomie en zelfverwezenlijking centraal staan. Waar ik op doel is de menselijke behoefte aan zelftranscendentie en betekenis in het leven. De term ‘zelftranscendentie’ verwijst geenszins naar geloof in een andere metafysische werkelijkheid of een vorm van mystiek, maar simpelweg naar de behoefte om deel te zijn van of bij te dragen aan iets dat buiten jezelf ligt. Denk bijvoorbeeld aan het bijdragen aan een familieleven, de organisatie waar men werkt, het schrijven van een boek of het voortzetten van tradities.

 

Volgens psychologen is zelftranscendentie een basale menselijke behoefte.

 

Midlifecrisis

Volgens psychologen is zelftranscendentie een basale menselijke behoefte. Abraham Maslow plaatste deze zelfs aan de top van zijn bekende behoeftehiërarchie, boven de behoefte aan zelfontplooiing. De behoefte aan zelftranscendentie zou uit drie elementen bestaan. Ten eerste: het vermogen om onszelf en onze handelingen in een raamwerk te plaatsen dat groter is dan wij zelf en dat buiten onszelf staat. Ten tweede: het vermogen dat grotere raamwerk als waardevol te zien. Ten derde: bijdragen aan dat grotere geheel, een verschil maken, hoe klein dan ook. Als we daartoe niet in staat zijn, kunnen we ons vervreemd voelen en betekenisloos. Mensen raken depressief als ze op geen enkele wijze waarde kunnen hechten aan het werk dat ze voor een bedrijf of organisatie doen en niet achter de doelen van dat bedrijf of die organisatie kunnen staan. Voor velen is een midlifecrisis dan ook precies het ter discussie stellen van de waarden die men altijd voor waar of juist heeft aangenomen.

 

Gedachte-experiment

Niet alleen psychologen hebben geschreven over de behoefte aan zelftranscendentie, maar ook filosofen. Er is een beroemd gedachte-experiment van de Amerikaanse filosoof Robert Nozick, waarmee hij de onjuistheid probeert aannemelijk te maken van zogenaamd ethisch hedonisme. Volgens deze theorie bestaat welzijn uit bepaalde mentale toestanden. Daarom hebben alleen gelukservaringen waarde. Nozick beschrijft zijn gedachte-experiment als volgt:

“Stel dat er een ervaringsmachine was die je elke ervaring zou geven die je zou wensen. Geniale neuropsychologen zouden je hersenen kunnen stimuleren zodat je zou denken en voelen dat je een geweldige roman schrijft, vrienden maakt of een interessant boek leest. Al die tijd zou je echter in een tank drijven met elektrodes verbonden aan je hersenen. Zou je je voor de rest van je leven laten aansluiten op deze machine met voorgeprogrammeerde levenservaringen? […] In de tank weet je natuurlijk niet dat je daarin zit; je zal denken dat alles echt gebeurt […] Zou je je laten aansluiten?”

Volgens Nozick zullen de meesten van ons dat niet doen. We willen niet slechts de ervaring dat wij een roman schrijven; we willen werkelijk een roman schrijven. We willen niet alleen de ervaring dat wij geliefd zijn en dat wij er voor onze dierbaren zijn; we willen werkelijk geliefd zijn en er voor onze dierbaren zijn. Verbonden aan de ervaringsmachine is echter niets echt. Hoewel de ervaringsmachine geen knock down-argument geeft – sommigen kunnen alsnog willen worden aangesloten – maakt het gedachte-experiment wel aannemelijk dat er meer in het leven is dan positieve ervaringen: we hechten ook waarde aan zaken die buiten onszelf liggen. Niet alleen hechten we daaraan waarde, we willen er ook een betekenisvolle bijdrage aan leveren.

 

Klimaatverandering bedreigt de mogelijkheden voor bloei van de zaken die betekenis aan ons leven geven.

Werkelijk zingevend

Als wij ons realiseren dat er zaken zijn buiten onszelf waaraan we waarde hechten, kunnen we ons ook realiseren dat we willen dat deze zaken blijven voortbestaan, zelfs na onze eigen betrokkenheid en levensduur. Het is immers tegenstrijdig om als een toegewijde supporter je favoriete voetbalteam aan te moedigen, terwijl het je niets uitmaakt als je team ophoudt te bestaan wanneer je zelf sterft. Het is even tegenstrijdig om je hart en ziel in een bedrijf te stoppen dat jezelf hebt opgericht, terwijl het je niets zou uitmaken als het bedrijf failliet zou gaan nadat jezelf met pensioen bent gegaan. Of niets te geven om de toekomst van je familie na je eigen dood. Met andere woorden: wat aan ons leven werkelijk betekenis geeft, is bij te dragen aan of je verbonden te voelen met zaken die onszelf overleven. Vandaar dat het welzijn van toekomstige generaties van wezenlijk belang voor ons is. Niet zozeer omdat zij daarop recht hebben, maar omdat alleen zij de projecten en zaken kunnen voortzetten die wij nu als werkelijk zingevend ervaren.

 

Zielloze samenleving

Vandaar ook dat wij er alle belang bij hebben om klimaatverandering tegen te gaan en het akkoord van Parijs uit te voeren. Klimaatverandering bedreigt immers de open toekomst en mogelijkheden voor bloei van de zaken die betekenis aan ons leven geven. Het bedreigt het partnerschap tussen de generaties, zoals de Ierse filosoof en politicus Edmund Burke dat noemde: het bereiken van doelen die niet binnen één generatie behaald kunnen worden.

 

Après nous le déluge – na ons de zondvloed – is dan ook de houding van een zielloze samenleving. Voor politici en beleidsmakers zal dit echter een hele uitdaging zijn: een overstap van het vertrouwde liberale rechtendiscours naar het praten over de waarde en betekenis van leven en samenleven.

 

[ Dit artikel verscheen in Phronèsis Nummer 2 Oktober 2017 ]