Auteur: Martin Slagter
Deel artikel
Interview met toegepast filosoof Dillon de Groot

"Taalgebruik zegt veel over hoe iemand denkt”

Dillon de Groot studeerde van 2016 tot 2020 aan de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie en was een van de eerste studenten die zijn diploma behaalde. Tegenwoordig is hij werkzaam als toegepast filosoof en mediator bij het Conflictcentrum Nederland (zie kader). Dillon beschouwt zichzelf als een jonge filosoof met belangstelling voor vele perspectieven, filosofisch en niet filosofisch. Met een onuitputtelijke nieuwsgierigheid leert hij graag over de wereld en onderzoekt hij hoe dingen werken. Het gaat hem erom dingen te bereiken in deze wereld en hij enthousiasmeert graag anderen om met hem mee te denken

Vertrouwen

“Ik was inderdaad een van de HTF-studenten van het eerste uur. In 2016, het jaar waarin ik begon, ging net het tweede jaar van start. We moesten nog veel zelf uitvinden toen. Zo heb ik flink moeten buffelen om een stageplaats te bemachtigen. Ik wilde iets in het lokale bestuur, liefst bij een kleinere gemeente, waar de lijnen wat korter zijn. Zo kwam ik uit bij de gemeente Middelburg, in de buurt van mijn woonplaats Vlissingen. Ik heb toen heel wat mailtjes verstuurd en heel wat nagebeld, en uiteindelijk kwam ik er dan toch door en mocht ik op gesprek komen. De aanhouder wint, in mijn geval althans. In het gesprek ging het eerst over wat algemene dingen, wat ik wilde leren en hoe ik mijn opleiding daarbij wilde gebruiken. En dan komt de vraag naar voren hoe dat er precies uitziet, die filosofie. Gelukkig waren er bij verschillende vakken casussen uit de gemeentepolitiek behandeld, dus daar kon ik wel wat over vertellen. Ik had het ook over de rol van vertrouwen in samenwerkingsverbanden en dat sprak heel erg aan, zeker tegen de achtergrond van de participatietrajecten die in Middelburg liepen, waar het wederzijdse vertrouwen juist ver te zoeken was. Eigenlijk was dat een heel makkelijk gesprek. Ik probeerde specifiek filosofisch jargon als ‘conceptueel denken’ en ‘expliciteren van vooronderstellingen’ zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij hat bekende gemeentelijke jargon en gemeentelijke casussen. Als primaire taak van de toegepast filosoof noemde ik ‘de ontmaskering van schijnbare vanzelfsprekendheden’. Dat sprak aan, zeker toen ik die taak kon toelichten met concrete casussen en de rol daarin van thema’s als ‘vertrouwen’ en ‘respect’.”

Als primaire taak van de toegepast filosoof noemde ik 'de ontmaskering van schijnbare vanzelfsprekendheden'. 

Drieëndertig procent zwarte pieten

“Bij de gemeente Middelburg kon ik meedraaien in het kernteam voor de Omgevingswet, dat zich specifiek bezighield met een goede organisatie van de overheids- en burgerparticipatie. Concreet ging het erom de samenwerking tussen overheid en burger te bevorderen. Want die werkte totaal niet in Middelburg. Tijdens mijn stage ging de gemeente in gesprek met de burgers, onder meer tijdens informatie- en inspraakavonden. Daar heb ik tijdens mijn stage aan mogen bijgedragen en ik kreeg ook de mogelijkheid aan veel andere zaken te snuffelen. Dat was een soort ontdekkingstocht voor mezelf. Heel leuk om te doen. Zo heb ik ook deelgenomen aan de zogenaamde zwartepieten-gesprekken. Daarbij ging het ook om de samenwerking van de gemeente met de burgers. De vraag was welk profiel de gemeente wilde uitstralen en wat de verschillende betrokken organisaties zelf wilden. Kun je als lokale overheid wel bepalen hoeveel zwarte pieten en hoeveel roetveegpieten er bij manifestaties mogen optreden? Wij kwamen op een gegeven moment uit op drieëndertig procent ‘echte’ zwarte pieten die nog toegestaan waren.

Participatietrajecten

Ik heb mijn afstudeerprogramma ook bij de gemeente Middelburg gedaan. Daarvoor heb ik aangehaakt bij twee participatietrajecten die al liepen bij de gemeente: Cleene Hooge en Trekdijk. Cleene Hooge is een stuk natuur in Middelburg, dat aangekocht was door de gemeente om huizen te bouwen. Sommige inwoners zijn daar geen voorstander van en er is een stichting ‘de Cleene Hooge’ die zich inzet voor het behoud van het natuurlandschap. Trekdijk is een gebied met agrarische gronden dat de gemeente Middelburg had aangekocht, met als doel op deze gronden een bedrijventerrein te ontwikkelen. In de twintig jaar vanaf aankoop van deze gebieden was de politiek en dus ook de burger van inzicht veranderd. Dat maakt het ontzettend lastig, want de gemeente leeft op continuïteit en voorspelbaarheid. De gemeente moet hier een lastige keuze maken: of per traject een grote financiële schuld accepteren of ontevreden burgers. Ik heb daar een adviesrapport over geschreven en onlangs bleek dat ze echt wat met mijn aanbevelingen gedaan hebben. Ze hebben nu hele functionele kaders opgesteld om die participatietrajecten een grotere kans van slagen te geven. Precies zoals ik geadviseerd had. De gemeente stelt nu: dit zijn de afspraken die zijn gemaakt en die gaan we nakomen”

Ik kom in mijn werk veel filosofische concepten tegen. 

Conflictcentrum Nederland

Foto Dillon de Groot

Via de hockeyvereniging waar Dillon lid van is, kwam hij aan zijn huidige baan als toegepast filosoof bij het Conflictcentrum Nederland. Er was op een gegeven moment onrust in het hockeyteam ontstaan en Dillon raakte in gesprek met een van de ouders over de vraag hoe je goed omgaat met conflicten.


“Ik had geen flauw benul wat die ouder voor werk deed, maar daar kwam ik gaandeweg het gesprek wel achter. Op basis van de zwartepieten-discussie in Middelburg en de participatietrajecten had ik wel een visie ontwikkeld op hoe conflicten ontstaan. Juist door de vele meningsverschillen die daar speelden. Eén quote is me uit die tijd altijd bijgebleven en dat is dat vrede een reeks aan conflicten is waar je goed mee om bent gegaan. Dat is iets anders dan de afwezigheid van conflicten. Door die ouder kwam ik in contact met Conflictcentrum Nederland, waar ik
na een sollicitatiegesprek als toegepast filosoof aan de slag kon. Wij vormen een soort maatschap en bemiddelen onder meer bij conflicten binnen teams en op de werkvloer. Onze klanten zijn vaak maatschappelijke organisaties. Zij hebben een probleem en dat willen ze graag opgelost hebben.”

Taalgebruik

“We doorlopen met een klant het volgende proces. Een potentiële klant heeft een probleem en op de een of andere manier komt deze bij ons uit. Als na een eerste gesprek de klant denkt dat wij hun probleem kunnen oplossen en wij denken dat ook, dan brengen we een offerte uit en gaan we aan de slag. We beginnen dan met het probleem te definiëren: wat is er nu precies gaande? Daarvoor houden we met alle betrokkenen individueel een interview, om geen enkel gezichtspunt te missen. Ik werk vaak samen met één andere collega, een mediator, met wie ik een goede klik heb. We geloven dat alles wat objectiever wordt als je er met vier ogen naar kijkt. Bij die interviews kom je al van alles tegen en kan ik mijn vaardigheden als toegepast filosoof goed gebruiken. Vooral door het stellen van de juiste vragen en zodoende alle relevante informatie naar boven te halen. Dat gaat niet altijd makkelijk. Ik let in die gesprekken goed op het taalgebruik dat gehanteerd wordt. Gebruikt iemand bijvoorbeeld ‘kunnen’ en bedoelt hij ‘mogen’? Of omgekeerd? Het taalgebruik zegt veel over hoe iemand denkt. Het is voor ons heel belangrijk om te achterhalen hoe er binnen het team gedacht wordt. Want dan kunnen we begrijpen waar de wrijving vandaan komt.”

Heftige situaties

“Na de interviews schrijven we dan eerst een rapport, waarin we alle informatie uit de interviews samenvatten. Vervolgens organiseren we groepssessies en geven we individuele begeleiding. Om tot een oplossing te komen, maak ik vaak gebruik van ‘co-creatie’ zoals Sjoerd Slagter dat in zijn modules bij de HTF aanreikt. Het gaat erom dat het team zelf nieuwe afspraken maakt en het conflict oplost. Gaandeweg nemen wij als begeleiders steeds meer afstand en vervullen we in de groepssessies de rol van scheidsrechter. Soms leidt dat wel tot heftige situaties, ja. Je voelt aan het begin van die groepssessies de spanning vaak oplopen. Soms barst die spanning ook uit. En dat is niet altijd slecht. Door zo’n uitbarsting komt er vaak heel veel informatie vrij. De kunst is natuurlijk wel om dat in goede banen te leiden. Zo’n groepssessie met een heel team lijkt ergens wel op een socratisch gesprek, in die zin dat we op zoek zijn naar gemeenschappelijke waarden. Maar we noemen het niet zo. We benoemen sowieso de gespreksmethode niet die we hanteren. Je zou kunnen zeggen dat het team dit gesprek al veel langer voert, maar er zelf niet uitkomt. De kernbeweringen en hoofdvragen liggen al op tafel, maar worden niet als zodanig benoemd. Het is aan ons een constructief gesprek op gang te brengen en de teamleden te laten vertellen wat zij belangrijk vinden. Ik kom in mijn werk veel filosofische concepten tegen, zoals de ethische begrippen ‘intentie’ en ‘resultaat’. Daar kan veel spanning tussen bestaan. ‘Ja, maar, ik bedoelde het toch goed.’ Terwijl het resultaat heel slecht was. Dat kan veel wrijving opleveren in een team. En daar hebben we het dan over. Als toegepast filosoof help ik mensen hun abstracte ideeën over bijvoorbeeld respect en vertrouwen concreet te maken. Ik vraag dan bijvoorbeeld welk concreet gedrag zij als respectvol beschouwen en welk concreet gedrag niet. Dat is mijn grootste toegevoegde waarde als toegepast filosoof.

Geef een reactie

Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Neem contact op met de redactie van Phronèsis Magazine
Heb je een goed idee, wil je met ons van gedachte wisselen of heb je een vraag? We horen graag van je.
Contact opnemen
paperclipcamera-videobookmagnifiercrossmenu
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram