Auteur: Wilma Mulder
Datum: 3 november 2021
Deel artikel
Het beste van twee werelden

Onderwijs in het post corona-tijdperk

Na een lockdown van maanden, gevolgd door de zomervakantie, zijn de meeste scholen weer open. Helemaal zoals vanouds gaat het niet, er zijn nu veel leerlingen en docenten tijdelijk thuis waardoor scholen genoodzaakt zijn zowel persoonlijk als digitaal onderwijs aan te bieden.

Als docent in opleiding en moeder van een tiener in het VO, heb ik grote belangstelling voor “blended”en “hybride” manieren van lesgeven. De maatschappelijke relevantie is groot, want deze nieuwe vorm van onderwijs is niet iets wat alleen op school gebeurt, maar staat in nauwe relatie tot de privésituatie van leerlingen en onderwijzers. Hoe vind je een goede balans tussen het onderwijs op afstand en het persoonlijke? Waar let je op bij het zoeken naar ‘the best of both worlds?’ Een eerste verkenning.

Bijna zes maanden lang vonden voor mijn man, zoon en ik werk en studie volledig thuis plaats. Zelfs sporten deden we een tijd lang thuis; onze zoon via online lessen (hulde voor de gymjuf die dit fantastisch aanpakte!) en wij met de kettlebells en andere gereedschappen die we van de sportschool mochten lenen.

Wereldwijd 463 miljoen kinderen niet in staat om onderwijs op afstand te volgen."

Voor ons was het verplichte thuisblijven allesbehalve een straf. De tijdwinst door niet te hoeven (file)reizen, de steeds efficiëntere en dus kortere online overleggen, het lekker kunnen studeren vanaf de eigen thuiswerkplek: wij drieën hebben het als bijzonder prettig ervaren. En ook de sociale contacten liepen goed door; wat vaker beeldbellen met de familie, regelmatig chatten met vrienden, zelfs de prille verkering van zoon hield stand, doordat ze samen online konden gamen en in Minecraft een heel eigen wereld hebben ingericht. Dat hij niet de enige is die zijn vriendschappen via games onderhoudt, blijkt wel uit de toegenomen verkoop van teamspelen en het succes van online events.

Gelukkige omstandigheden

Helemaal prima dus, dit werken en studeren vanuit huis. Maar ik realiseer me heel goed dat dit niet meer zo leuk is als het eeuwig duurt én dat onze ervaring voor een groot deel bepaald wordt door gelukkige omstandigheden. Wij hebben een ruim huis met een grote studio waar drie goede werk- en gameplekken zijn. Daarnaast is er elders in huis ook voldoende plek om te videobellen, te gamen of in alle rust een (studie)boek te lezen. En alle benodigde voorzieningen zijn ruimschoots aanwezig: snel internet en iedereen een eigen ‘refurbished’ PC, headset, laptop, tablet en smartphone.

Er zijn heel veel mensen die de afgelopen maanden in aanzienlijk minder prettige omstandigheden hebben moeten doorbrengen. Als je klein behuisd bent, geen of onvoldoende computers en een slechte internetverbinding hebt, dan wordt werken en lessen volgen al een stuk lastiger, nog los van de kwestie of je je werk überhaupt wel op afstand kunt doen. En je online werk combineren met het onderwijzen en entertainen van één of meer jonge kinderen is ook een hele opgaaf.

Meer dan leerfabriek

Unicef heeft in 100 landen onderzoek gedaan naar onderwijs op afstand. Beschikbaarheid van wifi, een radio, tv en onderwijsmaterialen werden in kaart gebracht. In veel huishoudens bleken deze essentiële middelen niet aanwezig te zijn. Van de kinderen die normaliter naar school gaan, is ca. 30 procent niet op afstand bereikbaar. In Nederland liggen de cijfers anders, maar ook hier beschikken veel huishoudens niet over een computer of internetaansluiting. In Amsterdam alleen al gaat het dan om ca. 5500 leerlingen.

Kinderrechtenhoogleraar Ton Liefaard concludeerde dat in Nederland wel aandacht is voor een gebrek aan leermiddelen en eventuele leerachterstanden, maar dat er te weinig zicht is op het mentale welzijn van de leerlingen. Een school is meer dan alleen een ‘leerfabriek’. Voor kinderen die thuis problemen hebben, kan school een veilige plek zijn, een plaats waar ze gezien en geholpen worden. Dat valt voor een groot deel weg met online onderwijs.

Alleen temidden van andere zelven is men een zelf.

Volgens Charles Taylor (1931) wordt je persoonlijkheid gevormd in wisselwerking met anderen: andere ‘zelven’. In zijn beroemde werk Sources of the Self: The Making of the Modern Identity schrijft hij dat het ontdekken van de eigen identiteit gebeurt in dialoog met anderen. De sociale context is zelfs voorwaarde voor het ontwikkelen van een eigen identiteit. Die dialoog met anderen kan voor een groot deel online plaatsvinden, vooral als je aan het gamen bent of tijdens bepaalde lessen. Maar analoog contact hoort daarnaast te blijven bestaan. Er gebeurt meer als je elkaar ‘in real life’ ontmoet: dat is een veel rijkere sensatie dan digitaal contact.

Hybride onderwijs

Een hybride onderwijsvorm combineert echt en online contact, analoge en digitale leermiddelen. Dit lijkt de aangewezen manier te zijn voor ‘het nieuwe onderwijs’. Mits goed aangepakt, en alert op kansenongelijkheid die op de loer ligt, combineer je zo het beste van twee werelden. Hybride onderwijs biedt de kans op meer rust, overzicht en inzicht voor docenten, en voor jongeren de kans op meer eigenaarschap, maatwerk en vrijheid.
Onderwijs na corona

Extra waarde

Online onderwijsonderzoeker en docent Irene van der Spoel heeft gezien dat vooral kinderen die al goed presteren, digitaal vaardig zijn én door hun ouders geholpen worden een goede dagstructuur aan te houden, van online onderwijs profiteren. Zij zijn gemotiveerder, werken zelfstandiger en leren beter te plannen. Dit zijn overigens ook de vaardigheden en vrijheden die jongeren graag vast willen houden in het ‘post corona-onderwijs’.

Van der Spoel haalt nog meer bijvangst uit de gedwongen omwenteling naar digitaal onderwijs: docenten leren zichzelf in rap tempo 21e-eeuwse vaardigheden aan en kijken kritischer naar wat nu echt belangrijke lesstof is. Als wordt geautomatiseerd wat kan, is er meer tijd voor het persoonlijke: voor goede gesprekken en begeleiding. Een school kan dan nog meer dan nu een plek zijn voor spontane ontmoetingen, voor elkaar zien, voor persoonlijke groei en voor praktijkervaringen.

Volgens filosoof, psycholoog en pedagoog John Dewey (1859-1952) is school de maatschappij in het klein, waarin het niet alleen de student is die leert, maar waar de ervaringen van studenten en docenten samen extra waarde opleveren voor beide.

De maatschappij digitaliseert in hoog tempo, veel scholen liepen daarin tot nu toe nogal achter. In de ruimte die door de coronacrisis is ontstaan, kunnen docenten en studenten van elkaar leren en samen werken aan onderwijs dat past bij de maatschappij van nu. Dat we daarbij niet alleen kijken naar meer digitalisering, maar ook naar andere manieren van lessen geven; bijvoorbeeld in kleinere groepjes, of buiten, lijkt een radicaal nieuwe beweging maar is eigelijk de revival van de frisse wind waarmee in 1918 de Spaanse griep werd bestreden.

Geef een reactie

Abonneer
Laat het weten als er

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Neem contact op met de redactie van Phronèsis Magazine
Heb je een goed idee, wil je met ons van gedachte wisselen of heb je een vraag? We horen graag van je.
Contact opnemen
paperclipcamera-videobookmagnifiercrossmenu
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram