Auteur: Alex Passchier
Deel artikel
Interview met Samira Bouchibti, auteur van 'Nederland is van ons allemaal'.

"Iedereen heeft recht op zelf nadenken”

Je zet je al jarenlang in voor jongeren. In de Tweede Kamer was je o.a. woordvoerder Jeugdzorg en ook lokaal heb je beziggehouden met jeugdbeleid in brede zin. Nu is er dit boek: Nederland is van ons allemaal, handboek voor burgerschap, bedoeld om burgerschapsonderwijs op maat aan te bieden. Vanwaar deze betrokkenheid bij jongeren en onderwijs?

“Ik heb zelf een schoolgaande dochter van 8 jaar, dus ik ben op dit moment direct betrokken bij het onderwijs. Maar onderwijs heb ik altijd heel erg belangrijk gevonden. Ook vanuit mijn eigen achtergrond als dochter van twee analfabete migrantenouders. Goed onderwijs voor alle kinderen is belangrijk en een recht. De kwaliteit van ons onderwijs glijdt al 20 jaar af. Jongeren gaan van school zonder fatsoenlijk te kunnen lezen, schrijven of rekenen. En er is ook sprake van stagnatie op het gebied van burgerschaps- en cultuuronderwijs.”

Hoe zie je dat in relatie tot categoraal onderwijs?

“Categoraal onderwijs aanbieden is een keuze en geen plicht. Volgens een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) hebben vmbo'ers, havoleerlingen en vwo'ers weinig contact met jongeren met een andere achtergrond. Dit kan leiden tot een grote afstand tussen verschillende groepen in de samenleving. Waarom zetten scholen en gemeenten niet in op brede scholen? En waarom doen we nog steeds aan vroege selectie? We weten allemaal dat dit niet goed is voor de leerresultaten van kinderen. Nu worden kinderen al op 11 of 12-jarige leeftijd geselecteerd voor óf theoretisch óf beroepsgericht leren. Een doorlopende leerlijn tot een jaar of veertien, of ouder, biedt meer ruimte aan kinderen om zich te ontwikkelen. Met brede scholen breng je de kinderen niet alleen samen, maar de leerprestaties zijn ook beter op deze scholen.”

“Ik maak me oprecht zorgen over het dreigende verlies van samenlevingsverbanden en het toenemende ‘wij/zij-denken’. Als er geen verandering komt in de samenstelling van scholen, zal de scheiding tussen jongeren met verschillende sociale achtergronden, vooral die mét en die zónder een migratieachtergrond, in de toekomst alleen maar toenemen. Hierin spelen niet alleen sociaaleconomische en demografische factoren een rol, maar ook factoren als de inrichting van het onderwijs en de ‘witte vlucht’. Als je dat bekijkt in termen van kansengelijkheid, dan ligt hier natuurlijk een hele grote opdracht.”

De titel van je boek is: ‘Nederland is van ons allemaal’. Wie is de ‘ons’?

“Met ‘ons’ bedoel ik iedereen die in Nederland woont. Dat zijn dus alle ruim 17 miljoen huidige inwoners. Mensen moeten eerlijk beloond worden voor hun werk. En jongeren hebben recht op kwalitatief goed onderwijs en gelijke kansen. Nederland is van ons allemaal en niet alleen van de elite of van kinderen van hoger opgeleide en rijke ouders. Deze mensen en hun kinderen vinden hun weg wel. Het risico op een onderwijsachterstand is bij een kind van ouders met een lage sociale en economische status het grootst. Niet-opgeleide, analfabete ouders kunnen liefdevol en warm zijn, maar hun kinderen worden helaas met een achterstand opgezadeld. Hier moeten we iets aan doen! Ik vind het een vorm van beschaving als je als samenleving ervoor zorgt dat alle kinderen gelijke kansen krijgen en mee kunnen komen.”

Geef een reactie

Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Neem contact op met de redactie van Phronèsis Magazine
Heb je een goed idee, wil je met ons van gedachte wisselen of heb je een vraag? We horen graag van je.
Contact opnemen
paperclipcamera-videobookmagnifiercrossmenu
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram