Auteur: Paul Teule
Datum: 24 januari 2023
Deel artikel
Interview met dr. Jelle de Boer, oud-directeur Onderwijs HTF

“Wat gold voor de HTS, geldt nu voor de HTF”

Hij was er bijna vanaf het allereerste begin bij: Jelle de Boer. Eerst als docent en later ook als directeur Onderwijs van de HTF. In 2021 maakte hij de overstap naar de afdeling filosofie van de Vrije Universiteit, waar hij als universitair docent lesgeeft en onderzoek doet, maar ook de bacheloropleiding filosofie coördineert. Zijn opvolger, Paul Teule, zocht hem op om terug te blikken op zijn tijd aan de HTF en te reflecteren op filosofieonderwijs.

Waarom ben je ooit filosofie gaan studeren?

“Ik begon ooit met aardwetenschappen hier aan de VU. Maar dat bleek al snel een ramp te zijn, omdat het een behoorlijk empirische studie is en je heel goed ruimtelijk inzicht moet hebben als je ergens driedimensionaal moet gaan karteren. Ik ben de weg al kwijt als ik hier naar buiten loop en twee keer rechts en één keer links ga. Toen ben ik begonnen met economie, maar kwam ik er snel achter dat ik de vakken boekhouden en bedrijfseconomie niet lang zou volhouden, als ik niet ook algemene, theoretische vakken kon doen: microeconomie, macro-economie, economische geschiedenis, economisch denken en wetenschapsfilosofie. Toen begon het te borrelen. Uiteindelijk ben ik er filosofie bij gaan doen.”

En je bent uiteindelijk gaan promoveren.

“Ergens in de doctoraalfase dacht ik: papers schrijven en daarover in gesprek gaan met de docent, dat bevalt mij het beste. Ik haalde er ook hoge cijfers voor. Toen dacht ik: ik wil wel een proefschrift schrijven. Uiteindelijk ben ik onderzoek gaan doen naar collectieve intenties, waarbij ik economie, gedragsbiologie en filosofie kon verbinden.”

TELEURSTELLENDE OOGST

Daarnaast werken filosofen als docent in het voortgezet onderwijs, of met kinderfilosofie (beide bloeiende takken van sport), en natuurlijk in allerlei niet specifiek filosofische beroepen (journalistiek, uitgeverij, HRM). Er zijn wel denktanks van politieke partijen, bijvoorbeeld de WRR, die gebruik maken van filosofen. En sommige individuele filosofen bemoeien zich met het publieke debat, maar dat is lang niet voor iedereen weggelegd. Al met al een teleurstellende oogst. Geen wonder dat het beeld van de filosoof niet echt verandert, ondanks de aandacht ervoor in Filosofie Magazine, de Nacht van de Filosofie, het filosofisch elftal in Trouw, etc.

“INDIVIDUEN HOEVEN NIET EGOÏSTISCH TE ZIJN. MENSEN HEBBEN EEN AANGEBOREN COÖPERATIEVE AANLEG.”

Wat kwam er - om het plat te zeggen - uit?

“Ik kwam erachter dat ik mijn beginhypothese moest verwerpen. Ik dacht dat collectieve rationaliteit echt bestaat en dat we daarmee klassieke problemen die voortkomen uit individuele rationaliteit kunnen oplossen. Filosofen als Margaret Gilbert gaan uit van de plurar subject-theorie, die stelt dat zodra je een groep hebt met leden die iets met elkaar doen, er bewust of onbewust Wat gold voor de HTS, geldt nu voor de HTF” “ Door: Paul Teule Interview met dr. Jelle de Boer, oud-directeur Onderwijs HTF 36 | Phronèsis 16 mutual obligations ontstaan, die niet individueel kunnen worden opgezegd. Ik kwam erachter dat je verplichtingen uiteindelijk het beste kunt analyseren als interactie tussen rationele individuen en dat je samenwerking zo veel beter kunt verklaren.”

‘Rationeel’ als in: enkel handelend in het eigen belang?

“Nee, individuen hoeven niet egoïstisch te zijn. Mensen hebben een aangeboren coöperatieve aanleg, die verder wordt gevormd in de maatschappij. Ik ben daarin meer ‘Humeaan’ dan een ‘Hobbesiaan’. Je kunt het idee van individuele nutsmaximalisatie prima verdedigen, want het zegt niks over de inhoud van de preferenties van het individu. Moeder Teresa, Ghandi en Nelson Mandela, die bezig zijn met het goede voor de wereld en zichzelf daarvoor opofferen, kunnen heel goed nutsmaximeerders zijn, voor zover hun nut het welzijn van anderen is.”

Hoe ben je ooit bij de HTF terechtgekomen?

“Het was 2014. Ik zat aan het einde van een onderzoeksbaan en zocht nieuw werk. Ik kwam op de site van de HTF terecht en heb Martin (Slagter, pt) opgebeld. Hij zat verlegen om een docent wetenschapsfilosofie en toen ben ik dat vak gelijk in het eerste jaar gaan geven. Ik kreeg meteen de vraag of ik ook wijsgerige antropologie kon geven. Daar moest ik even over nadenken, want dat vak had ik nog niet eerder gegeven. En als ik het zou geven, wilde ik het op mijn eigen manier doen.”

Jelle de Boer

Maar met jouw achtergrond en jouw onderzoek, waarin mensbeelden ook een grote rol spelen, zou dat toch makkelijk moeten kunnen?

“Ja, klopt, ik kon er vrij makkelijk literatuur bij verzinnen die ik al uitgebreid bestudeerd had. Ik heb het vak helemaal op m'n eigen manier ingericht. Het was hartstikke leuk om te doen. Maar ik heb geen Nietzsche en Kierkegaard behandeld, wat anderen deden. Maar wel Nietzsche en Nagel.”

Wat is je mooiste herinnering aan de HTF?

“Ik gaf op een gegeven moment heel veel onderwijs: in het eerste, tweede en derde jaar, en in het afstudeerprogramma. Daardoor kon ik de studenten door de hele opleiding meemaken. Dan bouw je wel een band met elkaar op. Dat is iets wat alleen sommige leraren op een lagere of middelbare school hebben. Dat vond ik heel bijzonder. Als directeur Onderwijs vond ik de accreditatie een geweldige ervaring. Het was al snel duidelijk dat we mensen graag een officieel diploma, een officieel keurmerk wilden geven. Maar hóe, dat moesten we allemaal zelf uitvogelen. Daar zijn behoorlijk wat uren aan besteed en het ging zeker niet zonder slag of stoot. De eerste keer kwamen we er niet doorheen en moesten we nog een deel verbeteren. Maar toen we na de tweede ronde hoorden dat het goed zat, heb ik tranen in mijn ogen gekregen. Het was spectaculair.”

“UITEINDELIJK MOET OP EEN BEROEPSOPLEIDING FILOSOFIE EEN PRAKTISCHE WAARDE HEBBEN.”

Nu je weer terug bent op de universiteit toch de vraag: hoe zie je nu het verschil tussen universitaire filosofie en hbo filosofie?

“Bij de HTF is het natuurlijk zaak dat er met de filosofie die daar geleerd wordt, iets gedaan wordt in een professionele context. Dat hoeft niet één-op-één en ook niet de hele tijd. Dat zou ook geforceerd zijn. Maar uiteindelijk moet op een beroepsopleiding filosofie een praktische waarde hebben. Dat maakt een opleiding enerzijds smaller, maar anderzijds word je gedwongen met nieuwe ogen naar de

filosofie te kijken. Je moet gedachtegoed, dat al honderden jaren of misschien wel duizenden jaren bestaat, gaan heroverwegen. Wat hebben we eigenlijk aan logica, ethiek, esthetica, politieke theorieën? Op een universiteit kraait daar geen haan naar. De klassieke canon bestaat al zo lang dat er eigenlijk niet over nagedacht hoeft te worden. Dat moest ik, en moet jij, bij de HTF wél doen. Welke vakken heb je nou het hardste nodig als je mensen filosofisch wilt opleiden voor bijvoorbeeld beleidsfuncties?”

Doen de studenten hier iets aan toegepaste filosofie?

“We hebben een bachelorseminar, een vak dat door het hele jaar heenloopt, met middagen waar we naar de praktische toepassing van filosofie kijken. En het is ook zo dat we ons afvragen hoe we een link kunnen leggen met andere academische disciplines en met maatschappelijke problematiek. Dat is wel iets wat we in kaart willen brengen.”

 

HTF-studenten vragen mij vaak of ze het op de arbeidsmarkt niet sowieso altijd afleggen tegen meer academisch opgeleide filosofen. Marjan Slob heeft op ons lentesymposium de studenten ook heel streng toegesproken: zorg dat je heel goed wordt in organiseren of schrijven, want anders kun je de concurrentie niet aan met universitaire filosofen. Hoe zie jij dat?

 

“Kijk, als er een filosoof wordt gevraagd voor een baan in onderzoek of onderwijs, iemand die echt goed doorkneed is in de filosofie, en de canon door en door kent, dan zijn HTF studenten in het nadeel. Maar ik denk dat de HTF toch wel een aantal voorbeelden heeft van mensen die na hun opleiding heel succesvol zijn geworden. Ik vraag mij echt af of die mensen dat ook gelukt was met een universitaire bachelor filosofie. Want de HTF biedt ook vakken buiten de filosofie. En het stage- en afstudeertraject. Als je dat traject hebt doorlopen, heb je in een aantal opzichten meer in je mars. Je hebt al in een organisatie rondgelopen, erover geschreven. Ik kan mij voorstellen dat een werkgever daar de voorkeur aan geeft.”

Wat moet de HTF doen om studenten zo goed mogelijk toe te rusten?

“Ik heb van het begin af aan gezegd dat onze studenten in staat moeten zijn om conceptueel te denken. Dat betekent ook dat we de filosofische literatuur die we daartoe voorschrijven, niet zomaar op lager niveau kunnen aanbieden. Want je hebt geen havo- of hbo-versie van John Rawls. HTF-studenten moeten de filosofische literatuur gewoon kunnen lezen.”

“DE OPLEIDING IS EIGENLIJK ALLEEN TE DOEN VOOR HAVISTEN DIE HOGE CIJFERS HALEN.”

Moeten we er dan voor zorgen dat onze studenten van het begin af aan teksten op vwo-niveau kunnen lezen?

“Ik heb altijd de vergelijking gemaakt met wat vroeger de HTS was, de Hogere Technische School, waar je bijvoorbeeld werktuigbouwkunde kon studeren. Bij mij op de middelbare school werd altijd gezegd: je haalt het niet als je havo hebt met alleen maar zessen. Je moet óf een havodiploma met achten en negens voor wiskunde en natuurkunde hebben óf een vwo-diploma met zessen en zevens. Wat gold voor de HTS, geldt nu voor de HTF. De opleiding is eigenlijk alleen te doen voor havisten die hoge cijfers halen. De HTF zou dat beter moeten communiceren, door bijvoorbeeld een voorbeeldtekst op de website te zetten die je in het eerste jaar zou moeten kunnen lezen. Bij de HTS was duidelijk: je krijgt deze thermodynamica in het eerste jaar, en deze wiskunde. Kun je dat? Zo niet, dan moet je misschien een andere studie overwegen.”

Jelle de boer

Je doet nu ook weer onderzoek. Hoe gaat dat?

“Met horten en stoten. Ik heb ook behoorlijk wat andere taken. Maar ik ben bezig met een paper over interpersoonlijke vergelijkingen van welzijn. Hoe kunnen we nut of welzijn vergelijken? Jij hebt een bepaald welzijnsniveau, ik heb een bepaald welzijnsniveau. Jij geeft het bijvoorbeeld een zeven en ik een zes. Kunnen we dat dan vergelijken met elkaar? Dit is een klassiek probleem uit de welvaartstheorie en daar moet wel een antwoord op gegeven worden, omdat beleidsmakers afwegingen moeten maken. Willen we de mensen in de ene buurt helpen of in de andere buurt? Er is altijd schaarste, dus je moet kiezen.”

Wil je ook dat je onderzoek die concrete impact heeft? Dat de burgemeester zegt: op basis van De Boer geven we nu geld aan díé buurt.

“De burgemeester nog niet, maar wat ik wel wil, is dat ik in een filosofisch tijdschrift kom en dat ik daarnaast in meer vakmatige literatuur terecht kan komen, die gelezen wordt door economen of beleidsmakers die met dat thema bezig zijn. Dan heb ik al heel wat bereikt.”

Paul Teule

Paul Teule

Paul Teule (1981) is docent en directeur Onderwijs aan de HTF, en tevens als docent verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. In 2016 publiceerde hij het boek Vrijheid voor gevorderden (Boom). Momenteel werkt hij aan een boek over de conceptuele ontstaansgeschiedenis van het begrip ‘economie’ (promotieonderzoek). Tussen 2016 en 2020 was hij lid van het ‘Filosofisch Elftal’ van dagblad Trouw.

Geef een reactie

Abonneer
Laat het weten als er

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Neem contact op met de redactie van Phronèsis Magazine
Heb je een goed idee, wil je met ons van gedachte wisselen of heb je een vraag? We horen graag van je.
Contact opnemen
paperclipcamera-videobookmagnifiercrossmenu
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram